Hotel du Coq: een merkwaardige historie

In 1911-1912 bouwden Charles Sandelé en zijn echtgenote Sylvie Coudeville het Hotel du Coq. Sylvie had het bouwterrein op 24 februari 1911 gekocht van Albert Cardinael uit Warneton. Enkele bronnen maken echter al in 1899 gewag van een Hotel du Coq, eigendom van Ch. Sandelé. De advertentie hiernaast verscheen in 'La Saison d'Ostende' op 24 september 1899. In elk geval was het Hotel du Coq één van de eerste hotels in het nieuwe ‘station balnéaire Le Coq-sur-Mer’.
Eenentwintig hotelkamers, verdeeld over drie verdiepingen met elk zeven kamers: dat was de capaciteit van het Hotel du Coq. Telkens vier kamers aan de voorzijde met uitstekend zicht op het tramstation, de villawijk en zelfs de zee, en drie kamers aan de achterzijde. Ze hadden een gemiddelde oppervlakte van 16 m²..
De grotere kamers bevonden zich aan de linkerzijde van het gebouw, één vooraan en één achteraan op elk verdiep. Daarboven, in de zolderverdieping: nogmaals zeven kamers met eenzelfde grondoppervlakte maar met schuin oplopende muren die het dakprofiel volgen. Het is niet duidelijk, maar wel waarschijnlijk, dat deze kamers eveneens verhuurd werden. De zolderkamers aan de voorzijde waren elk voorzien van een dakkapel. Aan de achterzijde was enkel een eenvoudig dakvenster aangebracht. Boven deze zolderkamers restte nog een ruime zolder.
Via de centrale ingang konden de hotelgasten het restaurant aan de rechterzijde en de receptie aan de linkerzijde bereiken. Het gebouw is volledig onderkelderd: daar bevonden zich destijds de keuken, de wasplaats, de wijnvoorraad en de bergplaatsen. Zowel onder het voorterras als onder de achterkoer werden grote regenwaterputten, sterfputten en een beerput gebouwd. Sanitaire installaties, aan- en afvoerleidingen, centrale verwarming en andere nutsvoorzieningen dateren van latere datum.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vonden Duitse manschappen een onderkomen in het Hotel du Coq. We vonden een zorgvuldig verborgen exemplaar van de ‘Kieler Neueste Nachrichten’, gedateerd Mittwoch den 20. September 1916, gezet in de moeilijk leesbare Duitse Gotische drukletters.
Foto’s uit die periode tonen een overdekt terras of pergola, aangebouwd aan het Hotel du Coq. Mogen we aannemen dat deze pergola gekoppeld was aan de uitbating van het hotel?
Sylvie Coudeville overleed op 10 april 1916. Het enige kind van Sylvie en Charles heette Leon Joseph Sandelé. Hij sneuvelde in Passendale op 28 september 1918, de eerste dag van het bevrijdingsoffensief.

Zijn neef - die eveneens Leon Joseph Sandelé heette en de zoon was van Charles’ broer Louis - sneuvelde drie dagen later enkele kilometer verder, op 1 oktober 1918 in Moorslede. Beide neven werden herbegraven op het kerkhof van de Sint-Clemenskerk. Ze rusten tegenover elkaar aan de gedenkzuil voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog in Klemskerke.
Charles Sandelé hertrouwde in 1919 met Maria Maelfeyt. Zij gingen wonen naast het Hotel du Coq, in het huis toen ‘Leon’ genaamd, aan de Driftweg 8, waar vroeger de pergola stond. Het echtpaar bleef kinderloos. In 1952 adopteerden zij Marcel Bréhier.
Tussen de beide wereldoorlogen werd de uitbating van het hotel verdergezet. Ronkende namen van Franse châteaux prijkten in de witgekalkte caves van de wijnkelder. Tijdens WO II was De Haan vooral een rustige pleisterplaats voor Duitse officieren. Zij logeerden ook in het Hotel du Coq. In de kelder, boven de loden kraan van een regenwaterput werd als waarschuwing ‘Kein Trinkwasser’ geschilderd. Op de deur van een toilet op het gelijkvloers stond ‘Nur für Offiziere’.
Kort voor of na WO II liet Charles Sandelé (°1871) de uitbating over aan Marcel Bréhier en zijn echtgenote Marie-José Pannecoucke. Al snel veranderde de aard van de uitbating. De vroegere hotelkamers van het Hotel du Coq werden ‘Appartements français à louer’ in Le Coq Résidence. Op het gelijkvloers verkocht men ‘gaufres de Bruxelles’.
In mei 1969 kochten Dr Albert Costers en zijn echtgenote Marguerite Van Weddingen het voormalige Hotel du Coq van Marcel Bréhier, erfgenaam van Charles Sandelé (†1958) en Maria Maelfeyt (†1967), zijn pleegouders.
Aldomet (tegen hoge bloeddruk) en Stugeron (tegen zeeziekte) waren de eerste geneesmiddelen op voorschrift die Rosemy Costers (rechts op de foto) op 2 augustus 1969 afleverde in de nieuwe Apotheek Costers. Op 8 juli 1978 volgde haar zus Geneviève Costers (links), die meer dan 35 jaar de officina leidde. Einde 2013 werd Geneviève opgevolgd door haar nicht Candide Jacobs (midden).
Sinds einde 1978 bewonen Guy en Geneviève de eerste verdieping van het Hotel du Coq. Het gebouw werd meermaals getransformeerd, gemoderniseerd en gerenoveerd. De vroegere hotelkamers werden omgevormd tot appartementen. De gevel behield zijn oorspronkelijke vorm. De gevelopschriften werden geschilderd in een Böcklin-font, een lettertype dat in de Belle Epoque zeer populair was. In het oorspronkelijke restaurantgedeelte werd de apotheek ingericht. De receptie- en loungeruimte van destijds kreeg vele bestemmingen, maar herbergt sinds 2002 de juwelierszaak Rubrecht. Samen met de naburige gebouwen op de Driftweg kijkt het Hotel du Coq uit op het prachtige tramstation van De Haan en de mooie concessiewijk.
De geschiedenis van het Hotel du Coq toont nog vele hiaten. Zo hangt er een waas van geheimzinnigheid over het ontstaan zelf van dit hotel.
Elke aanvulling en elke hint, niet alleen over het ontstaan maar ook over de latere periodes, aanvaarden we met veel dank. Het zal ons helpen dit verhaal verder te schrijven.
